woensdag 11 april 2018

A Dollar for your thoughts- Part 1


Disclaimer: depressieve gedachtes zijn geen grapje en soms kun je jezelf beter niet laten beïnvloeden door de depressieve gedachtes van een ander. Toch denk ik dat het goed is om af en toe wat meer open kaart te spelen over hoe het met je gaat om ook anderen te laten zien dat ze niet de enige zijn die hiermee struggelen. Mocht je even niet open staan voor de emoties van anderen lees dan niet verder.

Voor de zoveelste avond op rij zit je alleen thuis. Je weigert een fles drank open te trekken en alleen te drinken, dat versterkt het gevoel van eenzaam zijn alleen maar. Je zit in zo’n neerwaartse spiraal waarin niets echt zin lijkt te hebben.

Je wordt ’s ochtends alleen wakker in een donkere kamer. Je grist naar je mobiel om te kijken hoe laat het is en wordt meteen geconfronteerd met de aanblik dat je geen meldingen hebt. Geen mensen die je hebben geappt, geen gemiste oproepen, geen mail en zelfs Facebook heeft je niets te melden. Je legt je mobiel weg en staart nog wat naar het plafond. Wat zal ik vandaag eens geen doen? De conclusie is al snel dat je geen afspraken hebt staan, niemand die op je wacht, geen verplichtingen en theoretisch zou je de komende 48 uur zo kunnen blijven liggen zonder werkelijk iets te missen. Je vraagt je zelfs af hoe lang het zou duren voor iemand zich af zou vragen of je eigenlijk nog leeft, maar deze gedachte probeer je zo snel mogelijk uit je hoofd te verdringen. Het plichtsbesef in je forceert je uit bed te komen en onder de douche te stappen. Dingen gaan niet beter worden als je blijft liggen. Een ritme geeft een doel en een doel geeft motivatie om er iets van te maken. Dit zinnetje dreunt door je hoofd als je om zeven uur ’s ochtends onder de douche staat. Vandaag heeft deze mantra echter weinig invloed op je gemoedstoestand en je vraagt je oprecht af hoe je de tijd vandaag moet vullen voor je weer in bed kunt kruipen om deze dag achter je te laten. Je droogt je af in de douchecabine om de kou buiten het hok nog even te negeren. Jammer alleen dat je geen kleren hebt klaargelegd en je dus alsnog met je blote voeten over de koude tegels mag. Weg warmte die je hebt opgedaan onder de douche. Als je dan toch door de kamer loopt kun je net zo goed de waterkoker aanzetten. Je trekt de kleren aan die bovenop de stapel liggen. Het is niet alsof je voor iemand een modeshow gaat lopen vandaag. Eenmaal aangekleed is de waterkoker ook klaar en kun je de oploskoffie door je mok roeren. Waarom zou je nog fatsoenlijke koffiezetten als het toch puur voor jezelf is. Je doet de gordijnen open en begint aan je ‘uit het raam staar sessie’. Je concludeert dat het weer vandaag even slecht is als deze oploskoffie. Mensen lopen dan ook gejaagd door de straat, zoveel mogelijk onder de afdakjes door of ze nu wel of niet een paraplu hebben.

Vier koffie later besluit je een vriendin een appje te sturen of ze zin heeft in een kop koffie. Wat afleiding en een reden om deze kamer uit te gaan zullen je goed doen. Daarbij is het altijd fijner om naar andermans gedachtes te luisteren dan de hele dag opgesloten te zitten met je eigen hersenspinsels. Als er na een kwartier nog steeds maar één vinkje staat besluit je het bericht te kopiëren en plakken naar andere vrienden. Niet zo chique, alsof iemand niet de eerste keus is om een koffie mee te delen maar soms is het beter om je kansen te spreiden dan wanhopig te blijven staren naar een mobiel die toch weinig tekenen van leven lijkt te geven. Je zet je mobiel overnieuw aan, jezelf wijsmakend dat je misschien gewoon geen internet hebt en je daarom geen meldingen ontvang. Je krijgt de pop-up ‘U heeft mogelijk nieuwe WhatsApp berichten’, een lichtelijk vleugje hoop overmand je, alsof je oplossing heeft gewerkt. Tegelijkertijd probeer je ook nuchter genoeg te blijven dat het maar een elektronisch apparaat is waar je jarenlang prima zonder hebt gedaan. Je zult altijd zien dat WhatsApp zich niet voor niets indekt met ‘mogelijk’ want er zijn dus geen nieuwe berichten. Je besluit nog maar een kop oploskoffie te zetten en ja je beseft je dondersgoed dat je ondertussen best een gewone kan koffie had kunnen zetten als je zo door blijft drinken. Je boek is op dit soort momenten je beste vriend. Al lezend lijkt de tijd voorbij te vliegen en zo heb je minder uren om af te tellen tot je weer in bed mag kruipen.

Rond elf uur trilt dan toch je mobiel. Een melding van facebook dat je herinneringen hebt op deze dag. Verveeld scrol je er doorheen. Eigenlijk wil je helemaal niet zien hoeveel leuker en beter alles lijkt te zijn geweest in het verleden. Toch kun je de drang niet weerstaan om even te kijken. Over het algemeen is het toch een mengeling van schaamte dat je dit werkelijk hebt gepost en een pijnlijk besef wat je bent verloren. Soms kun je niet eens zo goed de vinger erop leggen waar het mis is gegaan, dat de huidige situatie er zo totaal anders uitziet. Emotioneel is het je de laatste tijd om het minste of geringste te veel, de tranen rollen alweer over je wangen en je bent een beetje boos dat je er zelf toch in trapt om weer te kijken terwijl je met jezelf had afgesproken niet te veel te denken, want als je gaat denken gaat de kraan open en kom je weer het bed niet uit. Niet dat je nu zoveel meer beleefd door wel dat bed uit te komen maar het zijn stappen in de goede richting. Dat heb je jezelf wijs gemaakt in ieder geval. Je legt je mobiel weer aan de kant en begint verder te lezen in je boek. Je bent nog niet halverwege de pagina als je mobiel lijkt te ontwaken en als een gek begint hij te trillen. In één keer heb je zes verschillende afwijzingen op je scherm staan, bij een partner, te druk, bij een vriend, aan het werk. Eigenlijk allemaal hele normale reacties maar toch voelt het alsof niemand ooit tijd voor je heeft, terwijl het er puur aan ligt dat andere wel een leven hebben met afspraken en verplichtingen en jij op het moment even niet. Je probeert je gedachten te verzetten met lezen, maar kunt je niet zo goed concentreren. Je hoofd zit bij de vrienden die nu even geen tijd voor je hebben en je raakt er wat door van slag. Je bent al drie dagen niet meer buiten geweest en je weet dat dit niet gezond is, vergeet hierbij niet dat het ook niet gezond is dat je anderen nodig hebt om motivatie te vinden om naar buiten te gaan.

Misschien eens wat eten, eten is gezond en kan je ook voorzien van nieuwe energie. In de koelkast staat een laatste wrap, voor de rest vind je er nog één speciaal biertje maar dan houd het wel op. Gezien je liever niet naar de supermarkt gaat grijp je al snel naar de fruitschaal. Dan maar mandarijnen als ontbijt. Niet de beste combi na liters koffie maar eten is eten. Toch lijkt dit niet echt te werken en de eenzaamheid overmand je. Het is pas half twaalf en je moet nog een half etmaal wil je je aan je schema houden. Wederom lijkt lezen er niet zo in te zitten dus je zet muziek op en denkt na over de laatste keer dat je buiten bent geweest. Van het weekend, toen de zon zo scheen. Je had muziek opgezet en besloten een flink stuk te wandelen. De mensen om je heen deden er even niet toe. Het was puur jij met je muziek in de natuur. Mee besef je je dat je foto’s had gemaakt en besluit deze terug te kijken. Er zit één foto bij van het riet in een opgedroogde sloot. Geen sterke foto maar misschien wel mooi om na te tekenen. Je besluit dezelfde muziek op te zetten als die middag en je teken spullen erbij te pakken. Voor je het weet zit je volledig in de flow en staat het beeld uit je hoofd op papier. Je ziet vooral wat er niet goed is aan de tekening. De traan die erop is gevallen waardoor de inkt is uitgelopen, de structuur van het zand die lastig te onderscheiden is van de lucht en de stengels riet. Hoe langer je ernaar blijft kijken hoe meer minpunten je ziet en hoe meer het besef komt dat je zelfs dit niet kan. Toch maak je er een foto van. De millenial in mij legt graag al haar tekeningen vast voor het archief en deelt het op de sociale media om te kijken wat de reacties zullen zijn. Zouden anderen het wel goed genoeg vinden en daarmee mij goed genoeg vinden. Zou dit meer likes krijgen dan de vorige tekening en zou die vlam het ook leuk vinden. Gedachtes die nergens op slaan maar je toch bezighouden. Even twijfel je als je het online gooit en wil je het na tien minuten er al af gooien. Toch besef je dat je de bevestiging van anderen nodig hebt om te weten dat je de afgelopen vijf uur niet verspild hebt aan iets wat thuishoort in de papierbak.

Toch grappig hoe je van een independent women, die geen bevestiging nodig heeft van niemand niet kunt veranderen in een fragiel poppetje wat niets meer aan kan en continu de bevestiging nodig heeft dat je wel iets goed doet, wel iets kan en wel de moeite waard bent. Alsof één tekening je die bevestiging kan bieden. Je vergelijkt jezelf met de tekening, het mislukte, het eigenlijk niet de moeite waard om te delen en voor je het weet verdrink je alweer in de neerwaartse spiraal van mislukkeling. Na een half uur komt de eerste like en je hoofd zegt direct, zie je wel mensen scrollen eraan voorbij omdat ze het ook niet noemenswaardig vinden, dit is meer uit medelijden. Je gooit je mobiel weer in een hoek en steekt je hoofd uit het raam. Het begint al donker te worden en de wind is koud. Het snijd in je wangen, maar het lijkt ook te zijn wat je nu nodig hebt. Misschien dan toch maar eens die wrap opwarmen.

Na het eten zit je op de rand van de bank, je staart naar de deurposten, waarom zijn die deuren niet dezelfde hoogte, je hebt nu al zo vaak naar deze deurposten gekeken en iedere keer irriteert het je. Je weet dat niets in deze kamer synchroon is en waarschijnlijk heb je nu zoveel tijd in deze kamer gespendeerd dat je het over een jaar nog uit kan tekenen, maar begrijpen zul je het nooit helemaal. De stilte om je heen overmand je. Dat wat je niet wilt gebeurd en je hoofd spoelt weer over van emotie. Je kan alleen maar staren naar die deuren en waarom ze niet gelijk zijn, ze zijn eigenlijk net als jij en ik, niet gelijk. ‘Niet de moeite waard om voor te vechten’ dreunt er door je hoofd en de tranen blijven rollen. Tot je beseft dat dit niet werkt. Je wilt het niet maar je moet deze kamer uit. Je moet onder de mensen komen. Je moet je opstellen als een sociaal wezen. Alleen dan kun je vooruitgaan. Je appt een vriend om naar een kroeg te gaan waar je wekelijks heen probeert te gaan en gelukkig appt hij dat hij ook wil gaan.

Je kijkt naar jezelf in de spiegel, te dik, rode vlekken op je gezicht, een lege blik en je haren in rare kleuren op je hoofd geknoopt in een knot. Op deze manier maak je het jezelf wel heel lastig om onder de mensen te komen. Andere kleren aantrekken kost te veel energie en je voelt de bui al hangen dat je dan halverwege het aantrekken van je panty al afhaakt. Dus je bedekt de vlekken op je gezicht met foundation. Het dekt niet volledig maar zo lijk je in ieder geval op een spook en niet meer op een lapjeskat. Je zet secuur een lijntje boven je wimperrand. Bijna even dik als bij het andere oog. Je poedert wat blush op je wangen zodat je wat levendiger lijkt. Je lippen geef je een subtiel roze tintje en met je wimperkrullen geef je je ogen net wat meer kracht. Je smeert wat mascara op je wimpers en kijkt jezelf aan in de spiegel je kunt dit. Om twaalf uur moet je de volgende pijnstillers slikken maar je blijft minimaal een uurtje. Voor elf uur loop je niet naar huis. Je mag buiten een sigaretje opsteken als de drukte je even te veel is, je hoeft niemand aan te spreken maar probeer daar een drankje te doen en kijk wie er zijn. Je borstelt je haar, trekt je jas aan en met lood ik je schoenen sla je de deur achter je dicht.

zaterdag 27 januari 2018

Omdat relaties daarom draaien


Hij stond daar stil in de tent op het festivalterrein. Aan de ene kant van hem zijn ex met haar nieuwe lover. Aan de andere kant stond zij. Beiden hadden de festival kaartjes gekocht toen ze nog in een relatie zaten, met hun ex waarmee ze ooit zo gelukkig waren. Nu voelden ze zich samen alleen tussen al die mensen. De muziek dreunde hard door de speakers en ze wilden ontsnappen uit de situatie. Niet zo goed wetende hoe. Zij pakte zijn hand en nam hem mee. Wurmend door de menigte elkaar niet loslatend. Springend in de pit raakte ze elkaar soms kwijt om elkaar telkens weer terug te vinden. Bijna twee jaar later wist zij hoe ze elkaar af en toe kwijt konden raken om elkaar weer terug te vinden. Ze wou dat ze terug kon gaan naar dat moment waarop ze zijn hand nog vasthield. Voordat alles misging. Voordat ze afstand hield op het moment dat hij juist haar nabijheid nodig had. Voordat ze inzag dat ze er voor hem had moeten zijn, wanneer hij haar nodig had omdat relaties daarom draaien. Ze wist dat nu en ze had spijt van wat ze had gedaan. Ze wist ook dat ze op dat moment niet bang was omdat ze dacht dat hij wellicht niet de ware was. Ze was doodsbang omdat ze wist dat hij het juist wel was. Als hij haar nog één kans zou willen geven. Eén kans. Wist hij waar hij haar kon vinden.

woensdag 25 oktober 2017

Ongemakkelijke ontmoeting


‘Uw bestemming bevindt zich aan de linkerkant’ spreekt de vrouwenstem uit mijn mobiel. Ik kan het me bijna niet voorstellen. De flat oogt als een seniorenwoning, met plantenbakken aan de relingen van de balkons. Toch klonk de stem vrij zelfverzekerd dus besluit ik de rotonde te pakken om terug te rijden, kijken of ik de auto (zonder stuurbekrachtiging) op een makkelijke manier kan parkeren. Het parkeerterrein aan de andere kant van de straat staat vol auto’s met Duitse kentekenplaten en het parkeerterrein van het flatgebouw wordt geblokkeerd door een slagboom. Hij had mij hier al voor gewaarschuwd maar gezien de sleutel van de slagboom bij zijn ouders lag was het geen optie om daar te parkeren. Verder zie ik helaas weinig opties waar ik geen rare maneuvers voor uit hoef te halen. Wanneer ik besluit om dan maar een straat verder te pakken gaan de lampen van een geparkeerde auto aan, ik wacht geduldig om zijn gemakkelijke plekje over te nemen. Met uiterste precisie parkeer ik in. Ik wil niet dat hij zo denkt dat ik een belabberd chauffeuse ben die niet in kan parkeren zoals de meeste mannen graag denken. In mijn achteruitkijkspiegel check ik nog snel of mijn make-up nog een beetje zit. Ik rij ’s avonds graag met het raam open en ik heb geen zin om als een pandabeer aan te komen, laat ik nog even het idee vasthouden dat ik een spontane vrouw ben die haar zaakjes op orde heeft. Ik controleer mijn mobiel wat het huisnummer precies was en of hij nog een bericht heeft gestuurd, maar helaas geen nieuwe berichten. Naast de auto rook ik nog snel een sigaret om mijn zenuwen wat te kalmeren. Ik bereid me voor op wat ik zou kunnen zeggen en prent in mijn hoofd dat dit puur vriendschappelijk is. Zolang ik dat voor ogen houd is het al een stuk minder spannend. Blijkt dit nu vreselijk ongemakkelijk te zijn dan weet ik ook dat het puur vriendschappelijk blijft, als het al een vriendschap kan worden. In mijn tas zoek ik naar smintjes, ik houd mezelf, tegen beter weten in, voor dat ik daarmee de geur van de sigaret een beetje kan verdoezelen. Met een zelfverzekerde houding loop ik richting de ingang van het grote gebouw, helaas ligt mijn focus zo gericht op de voordeur dat ik de stoeprand mis waardoor mijn hak schuin op het asfalt terecht komt, ik mijn evenwicht verlies en ik bijna voorover val richting de straat. Gelukkig weet ik mezelf net op tijd weer in balans te brengen om een ladder in mijn panty te voorkomen. 
Voor de glazen deur blijf ik nog even staan en staar naar binnen. Het lijkt echt op een seniorenwoning. Met grote bakken waar bloemstukken in staan en een tapijt wat zojuist lijkt te zijn gestofzuigd. Ik adem even diep in en uit voor ik aanbel bij het juiste nummer. ‘Hi wie is daar?’, ‘ik ben er doe je even open?’, ‘prima!’. Vervolgens blijft het stil. Ik kijk ongemakkelijk naar mijn mobiel hoeveel tijd er verstrijkt. Als ik na zeven minuten nog geen beweging zie in de lobby begin ik aan mezelf te twijfelen. Zou hij zelf onderweg zijn naar beneden of moet ik wachten op een buzz die de deur opent. Het pand is misschien wel groot, maar nu ook weer niet zo groot dat je vanaf de bovenste verdieping er zolang over doet om naar beneden te komen, of ben ik wat te ongeduldig? Ik besluit nog een keer aan te bellen en weer neemt hij op, deze keer met wat meer twijfel in zijn stem. ‘Hi wie is daar?’ ‘Ik ben het weer, kun je de deur open maken anders wordt het wat lastig om binnen te komen’. Hij begint te lachen ‘Ik vond al dat je er lang over deed’. De buzz gaat en ik kan de deur openen. Ongemakkelijk loop ik richting de lift zoekend naar welke verdieping ik moet. Met elke etage dat ik opstijg lijkt mijn buik mee te gaan, ik ben zenuwachtig. Nu weet ik van mezelf dat ik nogal klunzig kan worden als ik zenuwachtig ben dus probeer ik extra te focussen op mijn bewegingen. Vanavond ga ik niet vallen of struikelen, ik loop niet tegen zo’n nette plantenbak aan en ik let op of er duwen of trekken op de deur staat. Tot mijn eigen verbazing gaat dat goed, dus met een trots gevoel klop ik op het raam bij zijn deur. Ik zie hem al leunend op één heup in de keuken staan, met zijn hand aan de klink van de koelkast. Waarschijnlijk twijfelend of hij voor wat fris moet gaan of toch een biertje. Wanneer hij het kloppen hoort schrikt hij op en loopt glimlachend richting de voordeur. Ongemakkelijk omhels ik hem, ik had er nog niet echt over nagedacht hoe ik hem moest begroeten. Na ons ongemakkelijke afscheid laatst was ik eigenlijk al een klein beetje verbaasd dat we nog berichtjes over en weer bleven sturen. Vreemd genoeg vond ik dat eigenlijk wel fijn en was ik ondertussen wel benieuwd wie hij nu werkelijk was. Uit ervaring weet ik dat je bij de meeste mannen al een hoop kunt zien aan hun huis, wat voor smaak hebben ze en sluit dat aan op de mijne? Hebben ze überhaupt wel smaak of is het nog studentikoos met een hoop oude meubels die totaal niet bij elkaar matchen.

Als ik achter hem aan de woonkamer in loop ben ik blij verrast. In tegenstelling tot wat het pand doet vermoeden is zijn interieur totaal niet oubollig en ben ik direct verliefd op zijn kleurige bank en het prachtige schilderij aan de muur. Het televisie meubel is misschien niet mijn smaak maar goed dat moet hij natuurlijk ook zelf weten. Ongemakkelijk neem ik plaats op zijn bank. Ik doe hard mijn best om zo relaxt mogelijk over te komen en complimenteer hem op zijn interieur. Hij verteld dat hij er zelf ook content mee is maar dat hij nog steeds wat dingen mist in huis, zoals een toiletborstel en een stofzuiger. Als ik vraag hoe hij het dan zo netjes houd krijg ik het antwoord wat ik eigenlijk al had kunnen verwachten, hij is er niet zo vaak en zijn moeder helpt hem geregeld. Ik weet niet zo goed wat ik moet vinden van dit antwoord en ben dan ook blij als hij het onderwerp veranderd door te vragen of ik wat wil drinken. Ik twijfel, mijn hele lijf snakt naar alcohol om deze ongemakkelijkheid te verbloemen maar ik speel op safe door te vragen om een glas water. Hij verdwijnt in de keuken en ik neem de ruimte tot in detail in me op. Het is donker buiten maar ik kan wel zien waarom hij voor deze woning heeft gekozen, dicht bij het centrum en een prachtig uitzicht op het water. Hij heeft wel vaker foto’s gestuurd van het uitzicht maar ik had me daarbij niet zo’n pand voorgesteld. Hij komt terug met een speciaal biertje en een glas water en ik heb direct spijt van mijn keuze.

Hij vraagt hoe de reis is verlopen met de oldtimer en uit ongemakkelijkheid gaat bij mij de ratelmodus aan. Niet dat er nu zoveel spannends is gebeurd onderweg maar ik probeer de stiltes te voorkomen. Ik vertel over de zonsondergang onderweg, met de prachtige kleuren, over de hoeveelheid vrachtwagens die tergend traag voor mij bleven rijden dat zelfs ik ze in kon halen met de oldtimer, over de lekkere nummers op de radio en de verbazing die ik had toen ik het pand van de buitenkant zag. Ik laat even achterwege wat ik van de binnenkant vond. Aandachtig luistert hij, rustig drinkend uit zijn glas. Ik kan niet zo goed inschatten wat hij van mijn verhaal vindt dus ik besluit het onderwerp te veranderen naar hem. ‘Hoe was jouw dag?’ een onzinnige vraag eigenlijk want we hebben de hele dag weer lopen appen dus ik ben redelijk op de hoogte van zijn doen en laten maar toch, hij mag ook wel eens wat zeggen. Hij verteld dat hij wat moe is en zich voorbereid op zijn vertrek. Blijkbaar gaat hij een dag eerder weg dus vind hij het fijn dat ik onverwachts toch nog tijd voor hem vrij heb kunnen maken. Echt veel heeft hij niet gedaan, hij deed een poging tot opruimen maar gezien een zekere blonde dame maar bleef appen was hij wat afgeleid. Ik merk dat ik wat begin te blozen als hij een zekere blonde dame uitspreekt. Uit ongemak draai ik een plukje haar tussen mijn vingertoppen. Het domste plan ooit want met die haaruitval van mij op het moment, laat het natuurlijk weer los en gezien hij net heeft uitgelegd dat hij geen stofzuiger heeft word ik nog ongemakkelijker bij de gedachte dat straks zijn bank onder de haren zit. Dat ik mijn eigen woning dagelijks moet stofzuigen is irritant maar wat moet zijn moeder wel niet denken als ze straks lange blonde haren van de bank af mag halen. Ik laat mijn haar snel weer los en denk na over een volgende vraag maar hij is mij alweer voor door te vragen naar de reanimatiecursus. Waarschijnlijk hanteert hij nu dezelfde tactiek als ik door het onderwerp naar de ander te verplaatsen om te voorkomen dat het stil blijft of je domme dingen gaat zeggen. Ik vertel over de reanimatiecursus die we vandaag hadden op werk en hoe ik telkens het slachtoffer was van de instructeur. Hij lacht ‘ik begrijp die instructeur wel, ik zou jou ook als voorbeeld gebruiken bij de mond op mond beademing’. Ik schrik van de directheid van deze opmerking en praat er overheen door uit te leggen hoe jammer ik het vond dat mijn sollicitatietraining vanavond weer niet doorging maar dat ik het wel fijn vind om hier te zijn.

Op dat moment zie ik mijn kans schoon om te beginnen over zijn werk, want om heel eerlijk te zijn vind ik zijn beroep maar een vage term en als ik probeer om het zelf uit te leggen aan vrienden voel ik me net een kleuter die uitlegt hoe regen ontstaat.  Hij begint te vertellen en ik zie aan z’n gezicht dat hij het leuk vind om hierover te praten. Niet dat hij mij aan durft te kijken maar aan de intonatie van zijn stem hoor je duidelijk hoeveel passie hij uit zijn werk haalt en hoe anders dat toch ging in zijn studententijd. Hij verteld over zijn opleidingen, de samenwerkingen die hij toen aan is gegaan en zijn studentenvereniging. Ik vind het fijn om hem zo uitgelaten te zien en besef me direct dat ik hem hoogstwaarschijnlijk niet eens had aangesproken als ik hem in die tijd tegen was gekomen. We komen duidelijk uit twee totaal verschillende werelden en hoewel ik een vage aantrekkingskracht tot hem voel vind ik hem niet bijzonder aantrekkelijk. Als hij de laatste slok neemt uit zijn glas besluit hij dat het ook voor mij tijd wordt om een speciaal biertje te proeven, ten minste als ik dat wel wil nu ik met de auto ben. Ik besluit dat eentje wel moet kunnen.

Als hij terugkomt met twee volle glazen gaan we verder terug in de tijd. We bespreken uit wat voor gezinnen we komen, wat voor hobby’s we hadden als kinderen en wat voor dromen we toen nog hadden en in hoeverre die zijn uitgekomen. We lachen veel en ergens voelt het gesprek heel vertrouwd en merk ik dat ik me meer open durf te stellen dan ik normaliter zou doen in zo’n situatie, maar doordat hij mij nog steeds niet aan durft te kijken en aan het andere eind van de bank zit voel ik toch een bepaalde muur waardoor ik de situatie niet zo goed kan inschatten.

Als hij even naar het toilet gaat, kijk ik snel om me heen hoe het met mijn haar situatie staat en moet ik helaas opmerken dat het aan mijn deel van de bank vol zit met blonde haren. Met een sneltrein vaart verzamel ik de ergste plukken die ik deponeer in de prullenbak in de keuken. Ik weet dat dit het niet oplost maar het maakt het in ieder geval een beetje minder erg. Als hij terug komt zie ik hoe laat het is en besluit ik dat het voor mij tijd is om te gaan als ik morgen nog een beetje fit op werk aan wil komen. Ik kan uit zijn blik niet echt opmaken of hij dit nu jammer vind of dat het voor hem een opluchting is. Misschien iets te enthousiast, neem ik afscheid van hem en bedank ik hem voor de fijne avond. Ik geef hem toch weer een ongemakkelijk knuffel voordat ik de deur achter mij sluit en de gang weer tegemoet treed. Ik krijg weer mijn typische, rare lachje die vanuit mijn buik lijkt te komen. Zo’n lachje dat ongeremd is en alleen maar opkomt als je niet zo goed weet hoe je je moet voelen bij de situatie. Als ik aan een deur trek die je moet duwen weet ik mezelf weer voor even te bedaren, kom op dit ging best goed, nu moet je het ook fatsoenlijk afronden en niet onderuitgaan.

Als ik eenmaal buiten sta voel ik de koude wind op mijn warme gezicht en schiet ik weer in de lach. Het is een aangenaam gevoel om even af te koelen en te bedaren. Ik steek een sigaret op en kom tot het besef dat dit toch wel erg ongemakkelijk was en dat ik waarschijnlijk niets meer van hem ga horen. Toch besluit ik hem alsnog een berichtje te doen om hem te bedanken voor de avond meer uit beleefdheid dan dat ik werkelijk geloof dat hij het voor herhaling vatbaar vond.  

maandag 9 januari 2017

Het etentje

Het is een excentrieke geur, de mengeling van aftershave en zweet wanneer je net van de fiets afstapt om me te omhelzen.
Om me nog de beste wensen te geven.
Het is de geur van geluk.
De geur van iets wat je van de één op de andere dag kunt verliezen.

Je ogen zijn dof, omlijst door rimpels van nachtenlang wakker liggen.
Een blos van de kou kleurt je wangen pastelroze.
Een glimlach doorbreekt je strakke gezicht.
Een poging mij gerust te stellen voor wat gaat komen.

Het geluk heeft je de laatste maanden teleurgesteld, waardoor je ineens een stuk ouder lijkt geworden.
Je houd je sterk door je lijf in al zijn lengte te strekken.
Leunend op je linker heup met je handen in je zakken probeer je een zelfverzekerde, ontspanne indruk te maken.
De trilling in je stem bevestigd het tegendeel.

Je besluit je aandacht te richten op anderen door met hen het gesprek aan te knopen, terwijl je ogen mij continu in de gaten houden.
Je volgt de lijnen van mijn lichaam, mijn gefriemel met mijn handen, het onstabiele loopje.
Ik voel je beoordelende blik branden op mijn huid.
Een tinteling, met deze harde koude wind.
In mijn hoofd spelen alle scenario's van jouw mogelijke gedachten zich af op een groot filmdoek.
Meer dan gissen kan ik niet doen.

Wanneer we naar binnen lopen voel ik je ogen branden in m'n rug.
Ik ben zelfbewust van elke beweging die ik maak.
Je wacht subtiel af welke stoel ik pak, om vervolgens zelf plaats te nemen op de stoel die de meest afstand creëert.
Veilig.
Terwijl ik praat met anderen blijf je me observeren.
Het maakt me ongemakkelijk, kwetsbaar.
Je aanwezigheid heeft een invloed op mijn volledige zijn.

Wanneer een ober langs komt om de drankjes op te nemen, valt het je op dat je als enige alcohol besteld.
Je controleerd nog even of ik wel wat heb besteld om me vervolgens vragend aan te kijken.
Ik negeer je blik om te kunnen focussen op de andere mensen aan onze tafel.
Ik probeer mijn aandacht van je weg te trekken.
Ik wil me vanavond niet door jou laten beheersen.

Tijdens het eerste gerecht vragen mensen naar mijn relatie.
Ik zie je schouders een beetje zakken, je kijkt verdwaald om je heen in de hoop je ergens anders op te kunnen focussen.
Je maakt je klein.
Alsof je zou willen dat je op dit moment zou kunnen verdwijnen.
Ik wil je geen zeer doen en probeer mijn reacties kort en nietszeggend te houden.
Het besef dringt pas laat door bij de vragenstellers, waardoor ik je vanaf dat moment kwijt ben.

Ik ben opgelucht als de vragen stoppen maar ik weet dat ik te laat ben.
Alles aan je veranderd.
Je leunt naar voren om je arm op je bovenbeen te leggen.
Je vaste 'nonchalante' houding wanneer je jezelf beter probeert voor te doen dan je je voelt.
Je laat me links liggen en besluit over je vriendin te beginnen.
Niet dat iemand je ernaar heeft gevraagd.
Je probeert me te overtreffen, te laten zien dat het bij jou beter gaat, dat je beter af bent zonder mij.
Alles aan je verraad het tegendeel.
De lichte trilling in je stem, de rode vlekken in je hals, het overdreven optimisme.
Ik zou voor jou willen dat je het niet hoefde te spelen.

Ik loop naar buiten voor een sigaret, ik wil deze situatie laten bezinken, het uitschreeuwen en tegen mijn mede roker alles opbiechten wat er omgaat in mijn hoofd.
Ik besluit mijn mond te houden, professioneel te blijven en te praten over nietszeggende onderwerpen die ons beide niet echt interesseren, maar een stilte voorkomen.

De gesprekken aan tafel zetten zich voort, je besluit je op één iemand te richten.
Te vertellen over werk en wonen, de veilige onderwerpen in zo'n gezelschap.
Ik probeer mee te luisteren tot ik door heb dat iemand tegen mij aan het praten is.
Ik schraap mijn energie bij elkaar om het te volgen en gerichte vragen terug te stellen.
Ik vind het gesprek interessant en ik weet dat ik hier in een andere setting nog uren over door zou kunnen praten.

Ik voel me ongemakkelijk alsof ik niet in dit lijf zit maar er ergens boven zweef.
Alsof ik totaal geen controle heb over mezelf of deze situatie.
Ondertussen negeer je me volledig en lijk je op te gaan in je gesprek.
Alsof ik je zoveel zeer heb gedaan dat ik niet meer je aandacht waardig ben.

Pas als we het nagerecht bestellen kijk je me strak aan.
Je vraagt of ik koffie wil.
Nu je weet dat je mijn volledige aandacht hebt, besluit je gelijk een toetje to go te bestellen.
Daar had je vriendin om gevraagd zeg je erbij.
Alles in mij staat roodgloeiend.
Waarom doe je dit? Waarom wil je me opzettelijk zo kwetsen?
Ik probeer je opmerking te negeren, zoals jij dat begin van de avond deed. Terwijl ons gezelschap er enthousiast op reageert.
Wat ben je toch lief.

Ik ben opgelucht als ik buiten sta.
De koude wind op m'n gezicht.
Mijn vingers trillen ervan en ik moet opletten dat de sigaret er tussen blijft balanceren. Iedereen neemt langzaamaan afscheid maar wij blijven een beetje dralen.
Alsof jij dezelfde hoop hebt als ik om nog even alleen over te blijven.
Even een moment met z'n tweeën te zijn en te kunnen praten.
We zijn niet de enige die dralen.
Wanneer er gevraagd word of ik samen terug wil fietsen kan ik moeilijk nee zeggen.
Je besluit hierop te eindigen met een steek. 'Ik moet inderdaad ook maar eens naar huis. Mijn vriendin wacht op haar toetje'.

Je laat me achter met een steen in mijn buik en alleen nog je geur na een omhelzing. De geur van iets wat je van de één op de andere dag kunt verliezen.

zondag 28 augustus 2016

Je vroeg of je me nog een knuffel mocht geven en of we nog wel vrienden konden blijven. Tuurlijk.


Zondagmiddag, ik stak mijn zoveelste sigaret aan op het bankje onder het afdakje. Ik had me ondertussen al drie keer omgekleed, mijn haren overnieuw gedaan, om tot de conclusie te komen dat het er niet beter op zou worden. Ik probeerde de tijd te doden en er tegelijkertijd op m’n best uit te zien. Ik had die ochtend al een paar keer boven het toilet gehangen uit pure spanning. Ik kon de hoop om er fatsoenlijk uit te zien, net zo goed meteen laten varen.

Het is alweer vijf weken geleden dat ik je heb gezien. Vijf weken geleden werd ik nog naast je wakker, om gehaast op de fiets te stappen naar werk. We appten die week aan één stuk door. We wilden elkaar weer zien. Gewoon weer even bij elkaar zijn. Met de feestdagen en jouw vakantie in het vooruitzicht zat dat er even niet in.
Ik wist dat dit niet jouw beste tijd van het jaar was. Het verbaasde me dan ook niet dat je tijdens de feestdagen steeds minder berichten stuurde. Ik miste je, maar spammen leek me weinig zin te hebben. Na de kerstdagen vertrok je op reis. Ik was in staat vrij te vragen om je weg te kunnen brengen naar het vliegveld, maar dat vond jij niet nodig.
We hielden zoveel mogelijk contact. Af en toe stuurde je een foto of een lief berichtje als teken van leven. Hoewel ik je op dit moment volledig vertrouwde vond ik het lastig om zoveel afstand tussen ons in te hebben. De achterdocht nam af en toe de overhand, maar ik probeerde het zo min mogelijk naar je te uitten. Je had het naar je zin en kwam weer wat meer tot jezelf zei je.
Met oud en nieuw zei ik dat ik van je hield. Zoals jij dat jaren terug op het dak zei. Je zei het niet terug maar vond het lief en we zouden elkaar snel weer zien. Ik telde de dagen af tot je weer in het land was, ik kon niet wachten om je weer vast te houden.

Je reispartner waarschuwde me dat ik me niet te veel moest opwinden. Ik heb nog weleens de neiging om zo blij te zijn dat het bijna manisch word. Voor de ander soms een beetje intimiderend.
Je liet me weten dat je weer was geland en dat luchtte enorm op. Het is niet dat ik panisch ben voor vliegen maar weten dat iemand weer met beide benen op de grond staat is toch wel prettig. Ik gaf je twee dagen de tijd om weer rustig te settelen voor ik voorstelde om iets af te spreken. Je had helaas geen tijd en eigenlijk de komende tijd sowieso niet. Het maakte me een beetje bang, waar komt dit ineens vandaan? Na een week besloot ik je ‘spontaan’ op te zoeken, zoals ik afgelopen jaar wel vaker had gedaan. Je was niet thuis. Na een tweede week van amper contact besloot ik dat ik mijn behoefte misschien wat duidelijker moest uitspreken. ‘Heb je deze week misschien nog een gaatje vrij? Ik wil je echt heel graag zien.’ Je had op zondagmiddag wel tijd en je stelde voor om ergens in een café af te spreken. Mijn alarmbellen gingen af. Waarom wil je op een openbare plek afspreken?
De rest van de week bedacht ik allemaal doemscenario’s. In mijn hoofd had je ondertussen de liefde van je leven in het buitenland ontmoet en besloot je dat het huisje, boompje, beestje verhaal misschien toch niet zo gruwelijk was als je altijd verkondigde. Ik wist niet wat ik moest verwachten maar ik vreesde voor het ergste. Ik bereidde het gesprek tot in detail voor, wat je zou kunnen zeggen en hoe ik dan zou reageren. Ik had al verschillende outfits gepast om te beslissen wat het meest geschikt was. Als ik je dan weer zou zien dan wilde ik er op mijn aller best uit zien en niet als het wandelende lijk, zoals ik me de afgelopen weken had gevoeld. Ik kon al nachten niet slapen van de doemscenario’s in mijn hoofd en mijn concentratie op iets anders dan ons toekomstige gesprek was ver t zoeken. Je appte de avond van te voren af.

Vandaag was ik ervan overtuigd dat het wel door zou gaan. Na een slapeloze nacht en een gruwelijk lange ochtend kwam ik tot de conclusie dat ik moest stoppen dingen in te vullen. Voor hetzelfde geld was er helemaal niets aan de hand en had je het na deze weken van afwezigheid gewoon super druk op werk. Niet dat dit voorheen een probleem was, maar toch. Ik probeerde mezelf moed in te spreken maar voelde me een wrak. Ik besloot eerder in de auto te stappen. Dan had ik nog wat tijd voor mezelf om alles op een rijtje te zetten en een rondje te lopen voordat ik gehaast het café zou betreden.

De radio speelde allemaal power woman ballads terwijl het begon te regelen. ‘It’s all so hard, it’s so hard’. Met elke zin die ik mee schreeuwde voelde ik de spanning afnemen. Des ondanks drukte ik m’n vingers om het stuur heen om niet in tranen uit te barsten. Aangekomen op de locatie bleek ik mezelf wel een erg lang wandelrondje te hebben gegund. Dus ik besloot er gebruik van te maken om een oude route te lopen die ik vaak met mijn ex had gelopen. In de regen vond ik mijn ontlading maar ik besloot toch op tijd richting het café te lopen om niet helemaal als een verzopen kat aan te komen. Je zette net je fiets op slot toen ik aankwam. Je spieren stonden strak gespannen en ik wist direct waar dit gesprek heen zou gaan. We liepen samen naar binnen en ik voelde de afstand tussen ons in hangen. Ik probeerde het te doorbreken door je hand vast te pakken maar je liet hem direct weer los.

Om de spanning te doorbreken probeerde ik de journalist uit te hangen door je allemaal vragen te stellen over de eestdagen en je reis. Je beantwoorde ze vol passie en ik zag hoe je ontdooide. Met ieder glimlachje wist je mijn angsten een klein beetje weg te nemen. Tot je besloot dat we genoeg hadden gekeuveld. ‘Maar goed waar ik het eigenlijk even met je over wilde hebben’.

Hierna volgde de meest bizarre dump speech die ik ooit heb mogen aanschouwen. Eerlijk is eerlijk ik heb er niet veel ervaring mee maar deze maakte indruk. Je hemelde me op als nooit te voren. Je vertelde waarin ik beter was dan jou en wat dat met jouw eigenwaarde deed. Ik voelde me schuldig en verward. Ik was niet beter dan jou dus hoe kon je dit denken. Je vertelde over je eigen ontwikkeling en hoe je een beter persoon wilde worden. Je plannen en je dromen. Ik merkte al snel dat ik niet voorkwam in dit plaatje. Ondanks dat ik er al voor vreesde deed het me erg veel zeer. Ik voelde me wanhopig omdat ik geen grip had op deze situatie en geen idee had hoe ik dat weer kon herpakken. Ik probeerde alles wat ik kon bedenken om je van gedachten te doen laten veranderen. Tot het inzicht uit het niets toesloeg. Je hebt een ander. Toen ik ernaar vroeg bevestigde je dat gelijk. Ik begreep er niets van. Sinds wanneer dan, hoe, wie en waarom? Daar gaf je geen antwoord op. Toen ik je vroeg om er een einde aan te maken zei je dat je dat zou doen. Ik wist op dat moment al dat je dat niet in de nabije toekomst zou doen. Ik voelde me leeg, wanhopig en alleen. Toen ik doorhad dat het voor nu geen zin meer had liepen we samen naar buiten. Je vroeg of je me nog een knuffel mocht geven en of we nog wel vrienden konden blijven. Tuurlijk.

dinsdag 10 mei 2016

Vacature stop

Je ogen branden op mijn huid. In de meeste gevallen zou ik hier ongemakkelijk van worden. Een blos op m'n wangen krijgen en friemelen aan de dekens of mijn haar. Ik zou proberen de blik te ontwijken of de focus ergens anders op leggen. Waarschijnlijk zou ik gaan lachen of ratelen, maar niet bij jou. Bij jou hoef ik me niet te schamen. Ik lees je gedachten en we converseren zonder woorden.

Zelfs na die tijd lijkt dat niet veranderd. We zijn geen partners of vrienden maar meer dan dat. We volgen elkaars bewegingen en begrijpen elkaar nog steeds zonder woorden. De nieuwsgierigheid is onverminderd, maar we zullen er nooit naar vragen. Bij elkaar zijn is al genoeg om rust te vinden.
Wanneer je er niet bent, ben je er niet. Uit het oog uit de geachte maar nooit uit het hart.
Vacature stop.

dinsdag 26 april 2016

Lang leven de koning!

Om heel eerlijk te zijn heb ik niets met het koningshuis, net zo min als (mijn inziens) de helft van Nederland. We hebben een minimaal benul van wat ze precies doen en kunnen ons daar over het algemeen niet echt druk om maken. Of we moeten het koningshuis kunnen gebruiken om een standpunt te maken. Zoals met de slaven op de koets die natuurlijk een duidelijk punt maken waarom zwarte piet afgeschaft zou moeten worden.
Voor mij persoonlijk veel woorden met weinig betekenis. Maar een feestje daar hou ik wel van en met mij veel  Nederlanders.

Elk jaar speur ik weer door mijn kast, heb ik echt niets oranjes? Nee nog steeds niet. Met een beetje geluk vind ik ergens een oranje bloemenkrans of een veer waarmee ik kan doen alsof ik er vol voor ga.

Ik struin over de vrijmarkt, kijkend naar spullen die ik herken van thuis en die inderdaad prima op een kleedje in het gras zouden kunnen liggen. Zelden tot nooit gebruikt.

Na een heftige relatie van een jaar ben ik weer opzoek naar mezelf en naar mijn vrienden. Wanneer ik met mijn ouders langs de kleedjes loop besef ik dat dit eigenlijk te belachelijk is voor woorden voor een 23-jarige.

Ik scroll door m'n whatsapp lijst om te kijken wie ik lastig kan vallen maar eigenlijk alle namen zijn twijfelachtig. Ik heb afgelopen jaar mijn focus iets te veel op mijn partner gehad en heb mijn vrienden gevoelsmatig wat verwaarloosd. Daar baalde ik al eerder van maar op dit moment word het pijnlijk duidelijk. Zitten ze nog wel op mij te wachten?

Onderaan zie ik je naam verschijen. We hebben eigenlijk geen contact gehad afgelopen jaar  want dat mocht absoluut niet en ik ga daar niet mee stoken als de relatie goed zit.

Toch is er iets met iets niet mogen. Alles wat verboden is word ineens interessant. Zoals je eerste sigaret stiekem roken op je 15e puur omdat het verbod het spannend maakt.

Ik ben niemand meer iets verschuldigd en ik probeer me erbij neer te leggen dat mijn ex nu echt mijn ex is en dat dit niet zonder reden was. Ik mag nu dus doen en laten wat ik wil zonder me te moeten verantwoorden.

Ik trek de stoute schoenen aan en besluit je een berichtje te sturen. Je bent in Nijmegen en hebt zin om te komen maar dan wel eerst bier! We spreken af voor de supermarkt om die wens meteen te vervullen. Het is gek om met jou in de supermarkt te staan waar ik op de middelbare school zoveel tijd heb gespendeerd starend naar de schappen.

Deze keer is weinig anders. Wijn is makkelijk, goedkoop en uit een pak. Bier is een grotere uitdaging, wat is lekker en sterk genoeg zodat je niet te veel hoeft te sjouwen. Het staren naar het schap is erg ongemakkelijk maar tegelijkertijd fijn omdat we niet hoeven te praten over serieuze dingen maar onzinnig kunnen lullen over iets basaals als bier. Wanneer we langs mijn middelbare school lopen drinken we binnen no time het pak op,  wederom waarschijnlijk om de ongemakkelijkheid te verbloemen.

In de zon speelt de alcohol al snel in op mijn spontaniteit en begin ik plagerige grapjes te maken. Totaal niet flirterig maar het breekt wel de spanning.

Lopend over de markt kletsen we lekker over van alles en nog wat. We zien amper wat op de kleden ligt, laat staan wie ons aan staat te staren vanaf een krukje. Onze focus ligt op muziek, zoals dat altijd was wat ons bond. Wanneer iemand achter een kraampje ons herkent schrikken we beide op. Bijna beschaamd dat iemand ons samen ziet. We kletsen wat en kopen bij de stand ernaast en afschuwelijke cd waar jij er graag twee van wilden hebben.

We gaan in het gras zitten en drinken zwaar bier. Na een paar slokken slaat de alcohol bij mij snoeihard in. Ik staar naar de wolken, de zon op m'n gezicht, de vochtige grassprieten onder m'n vingertoppen. Ik merk amper dat ik niet alleen ben tot je zegt dat er zo nog wat vriendinnen komen.

Ik probeer me te focussen op het gesprek met z'n vieren maar ik merk dat ik zweef en totaal niet aanwezig ben. Je zegt dat je thuis nog een jointje hebt en zonder na te denken loop ik met je mee. We praten, maar ik sla amper een woord op. Volledig verzonken in m'n eigen wereldje.

Voor je deur ontmoeten we weer een vriendin. Zij lijkt de alcohol ook te voelen en is lekker melig. We zingen op de trappen en houden elkaar stevig vast. Bij jou thuis drinken we nog wat een schreeuwen en springen mee met de muziek tot we beseffen dat je buren hebt.

We besluiten richting de stad te gaan. Ik heb geen fiets en mag de heuvel op fietsen met mijn vriendin achterop. We slingeren over het fietspad en lachen ons kapot. Mijn conditie blijkt zowaar nog slechter dan gedacht en ik ben bijna buitenadem van het lachen en het fietsen.

Gelukzalig stap ik van de fiets. Jij zit bij je hoofd nog ergens bij je werk en besluit flyers uit te gaan delen aan iedereen die ook maar oogcontact maakt. Je begint zelfs te praten met mensen die we beide eigenlijk niet mogen.

We lopen langs de coffeeshop naar het park. Bij de kassa zie ik een collega en probeer zo normaal mogelijk te doen.

Met een biertje in de hand raken we in een diep gesprek op een hoger niveau. De rest snapt er niets van en verdwijnt druppels gewijs. Althans dat is mijn conclusie. De muziek trilt door onze botten en we hebben zin om te dansen. Je pakt me vast en draait me rond. Normaal gezegd zou ik hier iets bij voelen of iets van vinden maar ik zweef en geniet van elke aanraking. Tintelingen op de punten waarop jouw lijf de mijne aanraakt. Als de muziek veranderd en we elkaar los laten, drijven we onze eigen weg af op de muziek. Wanneer de band waarvoor we kwamen begint te spelen ben je dan ook in geen velden of when te bekennen. Net als andere bekende gezichten overigens.

Ik laat me los in de muziek en geniet van het beuken in de pit. Af en toe zie ik je voorbij vliegen maar het kan mijn aandacht niet echt vasthouden. Wanneer ik kijk naar het podium zie ik je staan. Een brede glimlach op je gezicht van puur genot. Wanneer ik door heb wat je wil doen is het eigenlijk te laat. Je draait je om en loopt achteruit richting de rand van het podium. Achter je gaat iedereen al snel aan de kant. Je zet je af op de rand van het podium en ik zie het gelukzalige gevoel van loslaten over je gezicht glijden. Ik hou van je.